Fiscale ouderdagsreserve (FOR)
Terug
De (persoonlijke) ondernemer mag ten laste van zijn winst een fiscale oudedagsreserve opbouwen (FOR). Ten laste van de winst hij mag elk jaar 12% van de winst, met een maximum van € 11.950 (2009), aan de fiscale oudedagsreserve toegevoegen.
Belastinguitstel met de FOR
De FOR is een vorm van belastinguitstel. Over de in de loop van de jaren gevormde reserve moet namelijk te zijner tijd belasting worden betaald. Het lijkt toch raadzaam zoveel mogelijk te profiteren van de mogelijkheid een oudedagsreserve te vormen. Door de dotatie wordt immers het belastbaar inkomen lager. Daardoor houdt u de beschikking over de bedragen die u anders direct zou moeten betalen aan inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. Als echter kan worden verwacht dat daartegenover een afname staat die al binnen enkele jaren plaatsvindt en die tegen een hoger tarief zal worden belast, is doteren natuurlijk onvoordelig
Voorwaarden toevoeging FOR
U kunt ten laste van de winst over 2009 doteren aan de oudedagsreserve als u voldoet aan de volgende voorwaarden:
–u was in 2009 ondernemer voor de inkomstenbelasting
–u voldeed in dat jaar aan het urencriterium (zie onderdeel zelfstandigenaftrek)
–u was op 1 januari 2009 jonger dan 65 jaar.
De reserve geldt per ondernemer
De reserve geldt per ondernemer. Vennoten in een firma of maatschap vormen dus ieder een eigen oudedagsreserve. Bij een man-vrouwfirma is dat niet anders. Als u meewerkt in de onderneming van uw echtgenoot of partner, kunt u geen oudedagsreserve vormen
Toevoegen niet verplicht
Als u voldoet aan de voorwaarden om aan de oudedagsreserve toe te voegen, bent u daartoe niet verplicht. Dat geldt ook als u in het verleden al een reserve hebt gevormd. Die blijft dan ongewijzigd in stand, verplichte afnemingen daargelaten. Zolang de aanslag niet onherroepelijk vaststaat, kunt u terugkomen op uw keuze om al dan niet toe te voegen.
Tevens recht lijfrentepremieaftrek
De dotaties aan de oudedagsreserve staan in beginsel los van de aftrek van premies voor lijfrenten. Een ondernemer kan dus tegelijkertijd van beide regelingen profiteren.
Hoogte van de toevoeging
In 2009 kan aan de reserve worden toegevoegd 12% van de winst, met een maximum van € 11 590, met dien verstande dat niet méér kan worden gedoteerd dan het bedrag waarmee het ondernemingsvermogen bij het einde van het jaar de oudedagsreserve bij het begin van het jaar te boven gaat. Als u doteert, zit u vast aan het percentage van 12. U hebt niet de vrijheid een willekeurig lager percentage aan de reserve toe te voegen. Bij verlies is de dotatie nihil.
Met het oog op dotatiemogelijkheden is het verleidelijk het ondernemingsvermogen zo groot mogelijk te maken.
Afnemingen van de oudedagsreserve
De oudedagsreserve neemt in de hierna te noemen gevallen met de daarbijbehorende bedragen af. Afneming van de oudedagsreserve betekent dat het bedrag van de afneming aan de te belasten winst wordt toegevoegd.
Afneming vindt plaats als:
a. u een lijfrentepremie betaalde en deze aftrok bij vraag W 24. U mag dan met dit bedrag of met een deel ervan de oudedagsreserve laten afnemen (u bent daartoe dus niet verplicht);
b. aan het einde van het jaar de oudedagsreserve hoger is dan het ondernemingsvermogen en u:
–in dat jaar de onderneming of een gedeelte ervan staakte; of
–op 1 januari van dat jaar 65 jaar of ouder was; of
–in het jaar én in het voorafgaande jaar niet aan het urencriterium voldeed.
Terug