Aftrekbare kosten
Terug
Hiervoor hebben we besproken de aanloopkosten. De aftrekbaarheid van deze aanloopkosten dient uiteraard wel te voldoen aan de algemene fiscale regels voor aftrekbaarheid van ondernemingskosten.
Gemaakte kosten kunnen worden onderscheiden in:
1. Geheel niet aftrekbaar
2. Gedeeltelijk aftrekbaar
3. Geheel aftrekbaar
1. In het geheel niet aftrekbaar
a. Kosten werkruimte in de privé-woning (er zijn echter uitzonderingen)
b. Kosten telefoonabonnement in de privé-woning
c. Kosten van literatuur, met uitzondering van vakliteratuur
d. Kosten van persoonlijke verzorging (m.u.v. artiesten, beroepsporters e.d)
e. Inkomensafhankelijke bijdragen Zorgverzekeringswet
f. Reis- en verblijfkosten in verband met cursussen en opleidingen voor studie
en beroep en in verband met congressen, seminars, symposia, excursies,
studiereizen, e.d. voorzover die kosten meer bedragen dan € 1.500
g. Kosten van tot het privé-vermogen van de ondernemer behorende of door hem in prive
gehuurde muziekinstrumenten, geluidsapparatuur, gereedschappen, computers en
dergelijke apparatuur, alsmede beeldapparatuur (ook als deze door een personeelslid wordt
gebruikt)
2. Gedeeltelijk aftrekbaar
De hierna genoemde kosten kunnen in beperkte mate worden afgetrokken.
a. Verhuiskosten van de ondernemer zelf
Aftrekbaar zijn de kosten van het overbrengen van de inboedel, plus een vast bedrag van € 5445. De verhuizing moet wel zakelijk zijn en dus verband houden met de ondernemingsuitoefening.
Daarvan is in ieder geval sprake als binnen twee jaar na verplaatsing van de onderneming:
- wordt verhuisd naar een woning binnen een afstand van 10 km van de nieuwe
vestigingsplaats en de vorige woning meer dan 10 km daarvandaan was; of
- wordt verhuisd en daardoor de reisafstand tussen woning en vestigingsplaats met 50% of meer en ten minste met 10 km wordt bekort.
Als twee tot één huishouden behorende ondernemers gezamenlijk verhuizen (denk aan een man-vrouwfirma), moeten de twee ondernemers het vaste aftrekbedrag delen (BNB 2003/367). Kosten van verplaatsing van de onderneming zijn volledig aftrekbaar.
b. Kosten van eigen huisvesting van de ondernemer buiten de woonplaats
De kosten van dubbele huisvesting (waarbij overigens eerst moet vaststaan dat de extra kosten ten behoeve van de onderneming zijn gemaakt) zijn slechts gedurende maximaal 24 maanden aftrekbaar.
c. Kosten van een vervoermiddel
Een personenauto, bestelauto, motorfiets, brommer, scooter of fiets, dat tot het privé-vermogen van de ondernemer behoort of privé door hem of haar is gehuurd. Als een dergelijk vervoermiddel voor de onderneming wordt gebruikt, kan (voor 2009) een bedrag van € 0,19 per km ten laste van de winst worden gebracht. Het woon-werkverkeer geldt ook als gebruik voor de onderneming. In het bedrag van € 0,19 zijn alle kosten begrepen, dus ook bijv. parkeergelden, veerboottarieven enz.
d. Kosten van bezittingen
De kosten van bezittingen niet zijnde een vervoermiddel; zie onder c. hiervóór) die tot het privé-vermogen van de ondernemer behoren. Ten laste van de winst mag worden gebracht een gebruiksvergoeding van hoogstens het voordeel dat in box 3 in aanmerking wordt genomen voor de periode van gebruik in de onderneming. Daarbij hoeft geen rekening te worden gehouden met het heffingsvrij vermogen in box 3 en met een schuld die is aangegaan voor de financiering van het vermogensbestanddeel (BNB 2004/58). Daarnaast mag een evenredig deel van de lasten die in huurverhoudingen door de huurder zouden worden betaald, worden afgetrokken (BNB 2009/217).
e. Kosten van zaken die in privé worden gehuurd.
Aftrekbaar zijn dat deel van de huur dat kan worden toegerekend aan het gebruik in de onderneming, ook naar tijdsevenredigheid, en de aan het gebruik in de onderneming toe te rekenen huurderslasten.
Voorbeeld
In een tot uw privé-vermogen behorende garagebox sloeg u in 2009 gedurende vijf maanden uitsluitend spullen van uw onderneming op. De waarde van de garagebox was op 1 januari 2009 € 15 000 en op 31 december 2009 € 15 500. In box 3 wordt 4% van (€ 15 000 + € 15 500) : 2 = € 610 tot het inkomen gerekend. Daarvan kan 5/12 ofwel € 254,17 ten laste van de winst worden gebracht.
3. Geheel aftrekbaar
Alle overige kosten die onder welke naam en in welke vorm dan ook in de uitoefening van het bedrijf of zelfstandig beroep zijn gemaakt zijn voor het geheel aftrekbaar. Als een kost aan te merken is als een zakelijke kost dan kan de belastingdienst de hoogte daarvan niet ter discussie stellen. De belastingdienst mag dus niet toetsen of uitgaven bij een doelmatiger en zuiniger beheer achterwege hadden kunnen blijven.