BV of eenmanszaak?
Ondernemen is per definitie risico nemen. Huurt u een winkelpand voor € 40.000 per jaar tegen de gebruikelijke duur van 5 jaar, dan gaat u een financiele verplichting aan voor € 200.000 !
Indien u in deze situatie een eenmanszaak hebt en de omzet valt dusdanig tegen dat u de huur niet meer kan opbrengen, dan kan de verhuurder zijn huurvordering(en) verhalen op uw privé vermogen. U kunt derhalve uw gehele privé vermogen verliezen.
Had u gekozen voor de BV als rechtsvorm dan is het de BV die de huurovereenkomst aangaat en de huurverplichting op zich neemt. Kan de BV niet meer aan haar verplichtingen voldoen, dan kan de verhuurder slechts het vermogen van de BV aanspreken. U als aandeelhouder kan hoogstens het bedrag verliezen dat u als kapitaal hebt ingebracht in de BV.
Laat de keuze van een rechtsvorm derhalve uitsluitend bepalen door de risico’s die u loopt en kan lopen bij de uitoefening van uw bedrijf.
Pas daarna, bij geen of gelijke risico’s, speelt het fiscale motief een rol. Immers als u persoonlijk aansprakelijk bent gesteld en u verliest uw gehele privé vermogen, dan is voorkoming daarvan belangrijker dan het fiscale voordeel dat u eventueel zou hebben kunnen behalen door te kiezen voor een eenmanszaak als rechtsvorm.
Consultants kunnen in beginsel volstaan met de eenmanszaak. Fiscale en commerciele motieven kunnen later aanleiding geven om de eenmanszaak om te zetten in de BV-vorm. Indien u een detail- of groothandel begint is het in beginsel onverstandig om dit uit te oefenen in de rechtsvorm van een eenmanszaak.
Kiest u voor een BV, dan is het fiscaal het meest gunstig om zoveel mogelijk de winst in de BV te laten en daarmee weer te herinvesteren c.q. te beleggen. Dit wordt met name gedaan door het salaris zo laag mogelijk te houden.
De fiscus stelt echter grenzen aan dit salarisbeleid. Zo dient de DGA in beginsel minstens een gebruikelijk loon op te nemen van € 41.000 bruto. In beginsel omdat uitzonderingen hierop mogelijk zijn.
Bij de eenmans-BV’s waarbij de omzet bijna geheel wordt gecreëerd door de DGA kan de fiscus de zgn. afroommethode toepassen. Bij de afroommethode wordt de hoogte van het salaris afgeleid van de omzet die de BV maakt. Ook zal de fiscus kijken naar de verhouding tussen het uitgekeerde salaris, de privé-uitgaven en de hoogte van de rekening-courantverhouding met de BV. Blijkt dat de rekening-courant maar (disproportioneel) blijft toenemen, dan kan dit betekenen dat een te laag salaris wordt uitgekeerd. Ook in deze situatie kan dan een correctie plaatsvinden.
Complete
boekhoudservice
© 2007-2011 De Kroon Adviseurs.